Stichting Edmond Hustinx
Edmond Hustinx foundation

Toneelschrijversprijs > Jan Staal



De laatste verlofganger van Jan Staal valt in 1958 in de prijzen en wordt meteen en met enig succes gespeeld door een prominent Nederlands gezelschap (Toneelgroep Theater). Zijn stukken werden overigens veel opgevoerd, ook in het amateurcircuit, door het jeugdtheater en als televisiebewerking. Maar beklijven deed het werk van Jan Staal niet. Er steekt in de geschiedenis van deze auteur een kleine tragedie die misschien wel model staat voor de positie van de toneelauteur in het Nederland aan het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw. Staal was ook acteur en die concrete en praktische verbondenheid met de toneelpraktijk maakte het hem makkelijker zijn stukken gespeeld te krijgen. In 1968, toen hij een prijs kreeg van Vlaanderen en Nederland, was hij de meest gespeelde Nederlandstalige schrijver. Maar niemand kwam op het idee hem bij een toneelgezelschap tot huisauteur te benoemen. Dus schreef hij zijn stukken tussen een drukke toneelspelerspraktijk door. Wat zich op den duur ging wreken. Zeker toen hij steeds meer werd vergeleken met wie hij ook zelf als zijn grote voorbeelden zag, Tenessee Williams, John Osborne en Jean Anouilh, een onzinnige vergelijking die altijd in zijn nadeel uitviel. Door evident kwaliteitsverschil, maar ook omdat die buitenlandse stukken in het land van herkomst konden worden gezien, de werking op het publiek kon vooraf worden geproefd. Een Nederlandse toneelauteur moest zich eerst maar zien te bewijzen. Wat lastig genoeg bleek te zijn.
Uit: S t e r k e s t u k k e n, kleine geschiedenis van het toneelschrijven in Nederland door Loek Zonneveld